An Entity of Type: EconomicTheory105994935, from Named Graph: http://dbpedia.org, within Data Space: dbpedia.org

In monetary economics, the quantity theory of money (often abbreviated QTM) is one of the directions of Western economic thought that emerged in the 16th-17th centuries. The QTM states that the general price level of goods and services is directly proportional to the amount of money in circulation, or money supply. For example, if the amount of money in an economy doubles, QTM predicts that price levels will also double. The theory was originally formulated by Polish mathematician Nicolaus Copernicus in 1517, and was influentially restated by philosophers John Locke, David Hume, Jean Bodin. The theory experienced a large surge in popularity with economists Anna Schwartz and Milton Friedman's book A Monetary History of the United States, published in 1963.

Property Value
dbo:abstract
  • Kvantitativní teorie peněz je ekonomická teorie, která tvrdí, že nabídka peněz (peněžní zásoba) má přímý vliv na cenovou hladinu. Předpovídá přímo úměrný vztah mezi změnami v růstu množství peněz obíhajících v hospodářství a v růstu cen, tj. v míře inflace.V dlouhém období je tato souvislost empiricky prokázaná, avšak v krátkém období je předmětem sporů mezi různými ekonomickými školami.Teorie byla například zpochybňována keynesiánskou ekonomií, ale posléze obhajována monetaristickou školou ekonomie. Kritici zdůrazňují zejména, že není konstantní a že ceny a mzdy jsou v krátkém období , což přímý vztah mezi peněžní zásobou a cenovou hladinou vylučuje. (cs)
  • Die Quantitätstheorie des Geldes, auch Geldmengentheorie, oft nur kurz Quantitätstheorie, ist eine Wirtschaftstheorie, die unter bestimmten Voraussetzungen eine kausale Abhängigkeit des Preisniveaus von der Geldmenge annimmt. (de)
  • La teoría cuantitativa del dinero es una teoría económica de determinación del nivel de precios que establece la existencia de una relación directa entre la cantidad de dinero y el nivel general de los precios. (es)
  • La théorie quantitative de la monnaie est une théorie économique de causalité entre la quantité de monnaie en circulation et le niveau général des prix. Développée par plusieurs auteurs successifs, de Martin d'Azpilcueta à Nicolas Copernic, en passant par Jean Bodin, elle a été reformulée dans les années 1910 par Irving Fisher puis par les monétaristes au cours des années 1970. Si la théorie quantitative de la monnaie est vérifiée, elle fait l'objet de débats sur les causes de l'inflation et sur l'actualité du lien entre masse monétaire et inflation. (fr)
  • In monetary economics, the quantity theory of money (often abbreviated QTM) is one of the directions of Western economic thought that emerged in the 16th-17th centuries. The QTM states that the general price level of goods and services is directly proportional to the amount of money in circulation, or money supply. For example, if the amount of money in an economy doubles, QTM predicts that price levels will also double. The theory was originally formulated by Polish mathematician Nicolaus Copernicus in 1517, and was influentially restated by philosophers John Locke, David Hume, Jean Bodin. The theory experienced a large surge in popularity with economists Anna Schwartz and Milton Friedman's book A Monetary History of the United States, published in 1963. The theory was challenged by Keynesian economists, but updated and reinvigorated by the monetarist school of economics, led by economist Milton Friedman. Critics of the theory argue that money velocity is not stable and, in the short-run, prices are sticky, so the direct relationship between money supply and price level does not hold. In mainstream macroeconomic theory, changes in the money supply play no role in determining the inflation rate as it is measured by the CPI. Alternative theories include the real bills doctrine and the more recent fiscal theory of the price level. (en)
  • A teoria quantitativa da moeda é uma das duas principais teorias que analisam o equilíbrio da economia do lado monetário (a outra visão é a keynesiana, que introduz o motivo especulação). Ela defende que o nível dos preços é determinado pela quantidade de moeda em circulação e pela sua velocidade de circulação. (pt)
  • 貨幣数量説(かへいすうりょうせつ、英: quantity theory of money)とは、社会に流通している貨幣の総量とその流通速度が物価の水準を決定しているという経済学の仮説。物価の安定には貨幣流通量の監視・管理が重要であるとし、中央政府・通貨当局による通貨管理政策の重要な理論背景となっている。 (ja)
  • Ilościowa teoria pieniądza – twierdzenie o istnieniu zależności przyczynowo-skutkowej między ilością pieniądza w obiegu a poziomem cen. Jeśli rozmiary handlu są stałe, ceny zmieniają się wprost proporcjonalnie do podaży pieniądza. (pl)
  • In de monetaire economie is de kwantiteitstheorie van het geld de theorie dat de geldhoeveelheid een bepalende invloed heeft op het prijspeil. Ze voorspelt dat geldschepping zonder verhoging van het handelsvolume (de totale hoeveelheid verhandelbare goederen) leidt tot inflatie. Vroege versies van deze theorie werden geformuleerd door John Locke en David Hume. De theorie kan uitgedrukt worden aan de hand van de Fishervergelijking met M = de totale hoeveelheid geld in omloop, V = de omloopsnelheid van het geld, P = het algemene prijspeil en T = het handelsvolume. De kwantiteitstheorie luidt, in het kort, dat M bepalend is voor P: vergroting van de geldvoorraad leidt tot verhoging van het prijspeil. Onderliggende aannames zijn dat V een afspiegeling is van institutionele factoren (gewoontes, beschikbaarheid van banken, e.d.), terwijl T bepaald wordt door reële factoren die losstaan van M en V. De klassieke formulering van de kwantiteitstheorie is te vinden bij David Ricardo. Een generatie na diens tijd kwam de theorie onder druk te staan, toen ontdekte dat de toevloed van goud(geld) ten gevolge van de Californische goudvondsten een veel kleinere inflatie veroorzaakte dan op basis van Ricardo's werk kon worden verondersteld, terwijl de totale vraag en de wereldwijde productie werden aangejaagd. De theorie werd vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw langs dezelfde lijnen uitgedaagd door de keynesianen. John Maynard Keynes zelf was er in grote mate voor verantwoordelijk dat de Verenigde Staten in 1933 afzagen van het Chicago Plan voorgesteld door Fisher en . In een open brief aan president Roosevelt schreef Keynes dat het rigide fixeren van de geldhoeveelheid vroeg of laat tot problemen zou leiden. Hij vergeleek het plan met dik proberen te worden door een grotere riem te kopen. In zijn oordeel was het hoogst misleidend om de nadruk te leggen op de geldhoeveelheid, die slechts een beperkende factor is, eerder dan op het uitgavenvolume, dat de operationele factor is. Vanaf de vroege jaren zeventig werd de kwantiteitstheorie geactualiseerd en nieuw leven ingeblazen door de monetaristen, maar in de jaren 80 kwam ze opnieuw in de problemen: dat decennium kende de grootste groei van de dollarvoorraad sinds WO II, tegelijk met een spectaculaire daling van de Amerikaanse inflatie, terwijl de kwantiteitstheorie het tegenovergestelde had voorspeld. Terwijl de hoofdstroom-economen het erover eens zijn dat de kwantiteitstheorie op de lange termijn hout snijdt, bestaat er onenigheid over de toepasbaarheid ervan op de korte termijn. Critici van de theorie stellen dat omloopsnelheid niet stabiel is en dat op de korte termijn prijzen niet zijn, zodat om deze reden de directe relatie tussen de geldhoeveelheid en prijsniveau niet opgaat op de korte termijn. Alternatieve theorieën zijn onder andere de en meer recent de . (nl)
  • Kvantitetsteorin är en penningteori som i sin enklaste form skrivs MV = PT. M betecknar penningmängden, V pengarnas omloppshastighet, P prisnivån och T den reala varuomsättningen (transaktionsvolymen). Teorin kan användas som utgångspunkt för allmänna betraktelser mellan penningmängd och prisnivå (inflation) i en ekonomi. Då tänker man sig att P betecknar det genomsnittliga priset på samtliga varor och tjänster som omsätts under en viss period. M betecknar då allmänhetens genomsnittliga kassahållning (sedlar, mynt m.m.). Teorin säger bland annat följande: Om pengarnas omloppshastighet är konstant och mängden varor och tjänster som säljs i ekonomin är konstant så ökar priserna (P) om penningmängden (M) ökar, det vill säga inflation inträffar. Frågan om penningmängdens omloppshastighet respektive transaktionsvolymen är konstanter har dock varit en omdiskuterad fråga i nationalekonomin. (sv)
  • Кількісна теорія грошей (англ. Quantity theory of money) — один із напрямів у західній економічній думці, який виник в XVI—XVII ст. Теорія виникла з метою пояснення впливу грошей на економічні процеси суспільства виключно кількісною величиною, зокрема зміною маси грошей в обігу. Першим, хто висловив припущення про залежність рівня цін від кількості благородних металів, був французький філософ Жан Боден. Характерною ознакою кількісної теорії є положення про зв'язок стану грошового обігу з динамікою цін. Чим більше грошей в обігу, тим нижча їх вартість і вищі ринкові ціни і, навпаки, чим менша кількість грошей в обігу, тим вища їх вартість і нижчий рівень ринкових цін. Тому шляхом впливу на ринкові ціни товарів і послуг зміною кількості грошей в обігу можна впливати на всі економічні процеси. Теорія набула найбільшого розповсюдження у XVIII—XIX ст. Представники: І. Фішер, Д. Юм, , , Д. Лок, М. Коперник. (uk)
dbo:wikiPageExternalLink
dbo:wikiPageID
  • 761731 (xsd:integer)
dbo:wikiPageLength
  • 34860 (xsd:nonNegativeInteger)
dbo:wikiPageRevisionID
  • 1071283407 (xsd:integer)
dbo:wikiPageWikiLink
dbp:wikiPageUsesTemplate
dct:isPartOf
dct:subject
rdf:type
rdfs:comment
  • Kvantitativní teorie peněz je ekonomická teorie, která tvrdí, že nabídka peněz (peněžní zásoba) má přímý vliv na cenovou hladinu. Předpovídá přímo úměrný vztah mezi změnami v růstu množství peněz obíhajících v hospodářství a v růstu cen, tj. v míře inflace.V dlouhém období je tato souvislost empiricky prokázaná, avšak v krátkém období je předmětem sporů mezi různými ekonomickými školami.Teorie byla například zpochybňována keynesiánskou ekonomií, ale posléze obhajována monetaristickou školou ekonomie. Kritici zdůrazňují zejména, že není konstantní a že ceny a mzdy jsou v krátkém období , což přímý vztah mezi peněžní zásobou a cenovou hladinou vylučuje. (cs)
  • Die Quantitätstheorie des Geldes, auch Geldmengentheorie, oft nur kurz Quantitätstheorie, ist eine Wirtschaftstheorie, die unter bestimmten Voraussetzungen eine kausale Abhängigkeit des Preisniveaus von der Geldmenge annimmt. (de)
  • La teoría cuantitativa del dinero es una teoría económica de determinación del nivel de precios que establece la existencia de una relación directa entre la cantidad de dinero y el nivel general de los precios. (es)
  • La théorie quantitative de la monnaie est une théorie économique de causalité entre la quantité de monnaie en circulation et le niveau général des prix. Développée par plusieurs auteurs successifs, de Martin d'Azpilcueta à Nicolas Copernic, en passant par Jean Bodin, elle a été reformulée dans les années 1910 par Irving Fisher puis par les monétaristes au cours des années 1970. Si la théorie quantitative de la monnaie est vérifiée, elle fait l'objet de débats sur les causes de l'inflation et sur l'actualité du lien entre masse monétaire et inflation. (fr)
  • A teoria quantitativa da moeda é uma das duas principais teorias que analisam o equilíbrio da economia do lado monetário (a outra visão é a keynesiana, que introduz o motivo especulação). Ela defende que o nível dos preços é determinado pela quantidade de moeda em circulação e pela sua velocidade de circulação. (pt)
  • 貨幣数量説(かへいすうりょうせつ、英: quantity theory of money)とは、社会に流通している貨幣の総量とその流通速度が物価の水準を決定しているという経済学の仮説。物価の安定には貨幣流通量の監視・管理が重要であるとし、中央政府・通貨当局による通貨管理政策の重要な理論背景となっている。 (ja)
  • Ilościowa teoria pieniądza – twierdzenie o istnieniu zależności przyczynowo-skutkowej między ilością pieniądza w obiegu a poziomem cen. Jeśli rozmiary handlu są stałe, ceny zmieniają się wprost proporcjonalnie do podaży pieniądza. (pl)
  • In monetary economics, the quantity theory of money (often abbreviated QTM) is one of the directions of Western economic thought that emerged in the 16th-17th centuries. The QTM states that the general price level of goods and services is directly proportional to the amount of money in circulation, or money supply. For example, if the amount of money in an economy doubles, QTM predicts that price levels will also double. The theory was originally formulated by Polish mathematician Nicolaus Copernicus in 1517, and was influentially restated by philosophers John Locke, David Hume, Jean Bodin. The theory experienced a large surge in popularity with economists Anna Schwartz and Milton Friedman's book A Monetary History of the United States, published in 1963. (en)
  • In de monetaire economie is de kwantiteitstheorie van het geld de theorie dat de geldhoeveelheid een bepalende invloed heeft op het prijspeil. Ze voorspelt dat geldschepping zonder verhoging van het handelsvolume (de totale hoeveelheid verhandelbare goederen) leidt tot inflatie. Vroege versies van deze theorie werden geformuleerd door John Locke en David Hume. De theorie kan uitgedrukt worden aan de hand van de Fishervergelijking Alternatieve theorieën zijn onder andere de en meer recent de . (nl)
  • Kvantitetsteorin är en penningteori som i sin enklaste form skrivs MV = PT. M betecknar penningmängden, V pengarnas omloppshastighet, P prisnivån och T den reala varuomsättningen (transaktionsvolymen). Teorin kan användas som utgångspunkt för allmänna betraktelser mellan penningmängd och prisnivå (inflation) i en ekonomi. Då tänker man sig att P betecknar det genomsnittliga priset på samtliga varor och tjänster som omsätts under en viss period. M betecknar då allmänhetens genomsnittliga kassahållning (sedlar, mynt m.m.). Teorin säger bland annat följande: Om pengarnas omloppshastighet är konstant och mängden varor och tjänster som säljs i ekonomin är konstant så ökar priserna (P) om penningmängden (M) ökar, det vill säga inflation inträffar. Frågan om penningmängdens omloppshastighet respe (sv)
  • Кількісна теорія грошей (англ. Quantity theory of money) — один із напрямів у західній економічній думці, який виник в XVI—XVII ст. Теорія виникла з метою пояснення впливу грошей на економічні процеси суспільства виключно кількісною величиною, зокрема зміною маси грошей в обігу. Теорія набула найбільшого розповсюдження у XVIII—XIX ст. Представники: І. Фішер, Д. Юм, , , Д. Лок, М. Коперник. (uk)
rdfs:label
  • Kvantitativní teorie peněz (cs)
  • Quantitätstheorie (de)
  • Teoría cuantitativa del dinero (es)
  • Théorie quantitative de la monnaie (fr)
  • Teori kuantitas uang (in)
  • Quantity theory of money (en)
  • Teoria quantitativa della moneta (it)
  • 貨幣数量説 (ja)
  • 화폐수량설 (ko)
  • Kwantiteitstheorie (nl)
  • Teoria quantitativa da moeda (pt)
  • Ilościowa teoria pieniądza (pl)
  • Kvantitetsteorin (sv)
  • Кількісна теорія грошей (uk)
owl:sameAs
skos:closeMatch
prov:wasDerivedFrom
foaf:isPrimaryTopicOf
is dbo:knownFor of
is dbo:notableIdea of
is dbo:wikiPageDisambiguates of
is dbo:wikiPageRedirects of
is dbo:wikiPageWikiLink of
is dbp:knownFor of
is dbp:notableIdeas of
is foaf:primaryTopic of
Powered by OpenLink Virtuoso    This material is Open Knowledge     W3C Semantic Web Technology     This material is Open Knowledge    Valid XHTML + RDFa
This content was extracted from Wikipedia and is licensed under the Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 Unported License