| dbpprop:abstract
|
- Thomas de Marle, born 1078, died 1130, the son of Enguerrand I and his repudiated wife, Adele de Marle, became the second of the Lords of Coucy. He is described as a "raging wolf" and fought against his father, whom he hated. Nevertheless, they both participated in the first crusade. Legend has it that as they in a party of six and without armor were surprised by a band of Muslim warriors, they shredded their cloak trimmed with squirrel fur (vair) into six pieces for banners and slew the attackers. This event is commemorated in their coat-of-arms that shows "barry of six, vair and gules". In 1116 he succeeded his father as Lord of Coucy. He was violent and lawless and caused trouble for the Church (he was excommunicated at one time), the king, and the towns. In the end, he made donations to the Church and died in bed in 1130. His rule was succeeded by his son Enguerrand II.
- Thomas de Coucy, auch Thomas de Marle, war ein Herr (Sire) von Coucy, Boves, La Fère, Vervins, Crépy, Pinon und Marle. In den Chroniken wird er als tapferer aber brutaler Fehdemann und Raubritter beschrieben. Aufgrund dieses Charakters wurde er auch „der rasende Wolf“ (le loup enragé) genannt. Er war ein Sohn von Enguerrand I. de Coucy (Enguerrand de Boves; † um 1118), Graf von Amiens, und der Ada von Marle, einer Nichte des Grafen Ebles I. von Roucy. Thomas nahm mit seinem Vater 1096 bis 1100 am Ersten Kreuzzug teil, wo er sich bei den Pogromen an den Juden des Rheinlandes und bei der blutigen Eroberung von Jerusalem einen zweifelhaften Namen machte. Zusammen mit seinem Vater lag er im ständigen Streit mit den Bürgern, dem Vidame und dem Bischof von Amiens um die Herrschaftsrechte über die Stadt. 1112 war er in den Volksaufstand von Laon verwickelt und gewährte den Mördern des Bischofs Gaudry Schutz. Dafür wurde Thomas auf Drängen König Ludwigs VI. des Dicken im Dezember 1114 auf einem Konzil in Beauvais exkommuniziert und all seiner Ämter und der Ritterwürde für verlustig erklärt. Thomas verschanzte sich in der Burg Castillon, musste sich aber 1115 dem König unterwerfen und wurde lediglich mit einer Geldbuße bestraft. Thomas nahm seine oppositionelle Haltung gegenüber dem König aber nach dem Tod seines Vaters wieder auf, da der König ihm das Erbe auf die Grafschaft Amiens verweigerte und sie stattdessen dem Haus Vermandois zugesprochen hatte. Thomas verbündete sich mit den Grafen von Hennegau und St. Pol und tötete 1130 den Bruder des Grafen Rudolf I. von Vermandois, der daraufhin mit königlicher Zustimmung Thomas in der Burg Coucy belagerte und im Kampf tötete.
- Thomas de Marle (dit Thomas Feriæ, de la Fère), fils d'Enguerrand de Boves et d'Ade de Marle. Il était sire de Coucy, seigneur de La Fère qui lui venait de son grand-père maternel, Létard (ou Létaud) de Marle (ou de Roucy), frère du comte, Ebles Ier de Roucy.
- Thomas I de Coucy (?-1130) was de zoon van Enguerrand I van Coucy en diens eerste, later verstoten vrouw Adèle van Marle. De huwelijksperikelen van de ouders, door abt Guibert van Nogent in zijn bekentenissen uitgebreid beschreven, hebben vermoedelijk een grote, en nafaste, invloed op de zoon gehad. Enguerrand twijffelde openlijk aan zijn vaderschap en Thomas haatte zijn vader. Thomas was, zo schrijft abt Suger van Saint-Denis, als "een razende wolf". Hij nam aan de zijde van de graaf van Namen, de bedrogen echtgenoot van de tweede vrouw van zijn eigen vader, deel aan een vernietigende oorlog tussen de feodale heren van Namen en Coucy. Omdat de in sterke kastelen verblijvende heren elkaar niet konden treffen werd de oorlog tegen de boerenbevolking gevoerd; brandschatten, plunderen, het afhakken van de voeten van lijfeigenen, het uitsteken van hun ogen en het vernielen van molens en wijngaarden behoorden tot de methoden waarmee de ridders elkaar bevochten. De burgerbevolking was zozeer getroffen dat de gevolgen een generatie later nog merkbaar waren. In 1095 trokken vader en zoon Coucy beiden naar Jeruzalem op de eerste kruistocht. Hun wederzijdse haat was bij terugkomst nog onverminderd maar misschien was de kruistocht een middel geweest om de verwoestende agressie van de ridderstand te kanaliseren en te gebruiken in de strijd tegen de oprukkende islam. Thomas erfde van zijn moeder de domeinen van Marle en La Fère en voegde deze in 1116 bij de dood van zijn vader samen met het domein van Coucy. De regering van Thomas werd gekenmerkt door geweld, sadisme en bandeloosheid. Vanuit kastelen die, nog steeds volgens Suger, "nesten voor draken en holen voor dieven waren" overviel Thomas de bezittingen van de koning, de kerk en zijn buren. De daarbij gevangen genomen mannen werden aan hun testikels opgehangen en bij een gelegenheid sneed Thomas zelf dertig mannen de keel door. Abt Guibert van Nogent noemde hem de "slechtste man van zijn generatie" en pas na gewapend ingrijpen van Koning Lodewijk VI van Frankrijk en excommunicatie door de kerk werd Thomas ertoe bewogen om enkele geroofde kastelen en landgoederen weer af te staan. Zoals in de middeleeuwen gebruikelijk heeft Thomas op zijn sterfbed grote legaten aan de kerk gedaan in de hoop en verwachting dat hij daarmee een plek in de hemel kon kopen. De abdij van Nogent kreeg een groot legaat en in Prémontré werd een nieuwe abdij gesticht. De bij Enguerrand I van Coucy beschreven heldendaad in het Heilige land waaraan de heren van Coucy hun wapen ontleenden kan zowel aan vader als zoon Coucy worden toegeschreven. Thomas was driemaal getrouwd en werd in Coucy opgevolgd door zijn zoon Enguerrand II en in Amiens door zijn zoon Robrecht. Zie: Heren van Coucy
|
| rdfs:comment
|
- Thomas de Marle, born 1078, died 1130, the son of Enguerrand I and his repudiated wife, Adele de Marle, became the second of the Lords of Coucy. He is described as a "raging wolf" and fought against his father, whom he hated. Nevertheless, they both participated in the first crusade.
- Thomas de Coucy, auch Thomas de Marle, war ein Herr (Sire) von Coucy, Boves, La Fère, Vervins, Crépy, Pinon und Marle. In den Chroniken wird er als tapferer aber brutaler Fehdemann und Raubritter beschrieben. Aufgrund dieses Charakters wurde er auch „der rasende Wolf“ (le loup enragé) genannt. Er war ein Sohn von Enguerrand I. de Coucy (Enguerrand de Boves; † um 1118), Graf von Amiens, und der Ada von Marle, einer Nichte des Grafen Ebles I. von Roucy.
- Thomas de Marle (dit Thomas Feriæ, de la Fère), fils d'Enguerrand de Boves et d'Ade de Marle. Il était sire de Coucy, seigneur de La Fère qui lui venait de son grand-père maternel, Létard (ou Létaud) de Marle (ou de Roucy), frère du comte, Ebles Ier de Roucy.
- Thomas I de Coucy (?-1130) was de zoon van Enguerrand I van Coucy en diens eerste, later verstoten vrouw Adèle van Marle. De huwelijksperikelen van de ouders, door abt Guibert van Nogent in zijn bekentenissen uitgebreid beschreven, hebben vermoedelijk een grote, en nafaste, invloed op de zoon gehad. Enguerrand twijffelde openlijk aan zijn vaderschap en Thomas haatte zijn vader. Thomas was, zo schrijft abt Suger van Saint-Denis, als "een razende wolf".
|