Prince-Primate is a rare princely title held by individual (prince-)archbishops of specific sees in a presiding capacity in an august assembly of mainly secular princes, notably the following:

PropertyValue
dbpprop:abstract
  • Prince-Primate is a rare princely title held by individual (prince-)archbishops of specific sees in a presiding capacity in an august assembly of mainly secular princes, notably the following:
  • Der Fürstprimas führte den Vorsitz der Fürsten des Rheinbundes. Das Amt entstand auf Veranlassung Napoleons im Jahre 1806 und ging 1813 mit den Rheinbund unter. Da der Reichstag seinen Sitz in Regensburg hatte, beschloss man 1803 auch den Sitz des Reichserzkanzlers in Regensburg anzusiedeln. Dieses Amt war an den Erzbischof von Mainz gebunden, so dass zugleich die Kurfürstenwürde an das Fürstbistum Regensburg gelangte, welches dem Reichserzkanzler übergeben worden war. Da die Stadt Mainz an Frankreich gefallen war, wurde auch der Metropolitansitz von Mainz nach Regensburg verlegt. Napoleon verlieh dem Erzbischof von Regensburg 1806 den Titel eines Fürstprimas und verband damit den Vorsitz im Deutschen Fürstenkollegium, womit der Fürstprimas vom Titel her das Bundesoberhaupt war. Als 1807 Frankfurt der Sitz des Rheinbundes wurde, verlegte auch der Fürstprimas seinen Sitz nach Frankfurt. Als Primas sollte er Erzbischof der Deutschen Kirche rechts des Rheins sein, ausgenommen die Hoheitsgebiete Preußens und Österreichs. Da es keine weiteren Erzbistümer gab, sollte er auch der einzige Metropolit und Erzbischof des Rheinbundes sein. Sein Herrschaftsgebiet bestand aus dem Fürstentum Aschaffenburg, dem Fürstbistum Regensburg, der Reichsstadt Wetzlar, der Reichsstadt Regensburg und den Gebieten der 3 in Regensburg befindlichen Reichsstifte. Da der Bischof von Regensburg zum Zeitpunkt der Errichtung des Fürstprimates noch lebte, beschränkte sich der Fürstprimas zunächst auf die weltliche Verwaltung des Fürstbistums Regensburg. Die kirchliche Amtsführung im Gebiet des Bistums Regensburg beanspruchte er erst mit dessen Tod, wobei er allerdings auf den erbitterten Widerstand des Königreichs Bayern stieß. Bayern konnte bei Papst Pius VII. geschickt durchsetzen, dass er auf dem Gebiet dieses Königreiches keine Befugnisse besaß. So blieb es lediglich bei der Administration innerhalb der Stadt Regensburg. 1810 gab Napoleon das Fürstentum Regensburg an Bayern und schuf für Karl Theodor von Dalberg aus den Fürstentümern Hanau und Fulda das Großherzogtum Frankfurt, welches jedoch nichts mit der geistlichen Würde zu tun hatte.
  • De Vorst-primaat was de voorzitter van de Rijnbond. De titel bestond van 1806 tot 1810. Op 12 juli 1806 tekenden een aantal Duitse vorsten in Parijs de Rijnbondakte. In artikel 1 maakten deze vorsten zich los van het Heilige Roomse Rijk. Dit betekende praktisch de opheffing van dit keizerrijk. Een van de ondertekenaars was Karl Theodor von Dalberg, de heerser van het keurvorstendom van de aartskanselier. In artikel 4 van de acte werd hem de titel vorst-primaat toegekend. De nieuwe titel voor deze geestelijke vorst was noodzakelijk geworden omdat de oude titel door de opheffing van het keizerrijk zonder betekenis was geworden. Andere artikelen in de acte die betrekking hebben op de vorst-primaat zijn: Artikel 6, waarin een bondsdag te Frankurt wordt ingesteld. (Deze bondsdag was bedoeld als opvolger van de Rijkdag te Regensburg). Artikel 10, waarin wordt bepaald dat de vorst-primaat de voorzitter is van deze bondsdag. Artikel 11, waarin wordt bepaald dat de vorst-primaat een concept-statuut zal opstellen voor de bondsdag. Artikel 12, waarin wordt bepaald dat de keizer van Frankrijk als protector van de Rijnbond de opvolger van de vorst-primaat aanstelt na diens overlijden. Artikel 22, waarin de inlijving van de rijksstad Frankfurt bij de nieuwe staat wordt geregeld. Artikel 24, waarin de vorst-primaat de soevereiniteit krijgt over de bezittingen van de vorsten en graven van Löwenstein-Wertheim, zover ze op de rechter Mainoever liggen en het graafschap Rieneck. In een verdrag met de groothertog van Hessen-Darmstadt van 26 september 1806 de sovereiniteit over de halve heerlijkheid Niederursel, een bezit van de gemediatiseerde graaf van Solms-Rödelheim. en het ambt Obererlenbach, een domein van de graaf van Ingelheim. In 1807 wordt het gemediatiseerde graafschap Rieneck gekocht van de graaf van Nostitz. Dit graafschap kan daardoor totaal geíntegereerd worden in de staat van de vorst-primaat. De staat van de vorst-primaat houdt op te bestaan door het verdrag van 16-02-1810 met Frankrijk. De vorst-primaat staat het vorstendom Rgensburg aan Frankrijk af (waarna het met het koninkrijk Beieren wordt verenigd. De overige gebieden gaan op in het nieuwe gevormde groothertogdom Frankfurt, waarvan Karl Theodor de eerste groothertog wordt. Als troonopvolger wordt Eugène de Beauharnais aangewezen. Overigens heeft de vorst-primaat in de Rijnbond nauweijks een rol gespeeld. De beoogde bondsdag te Frankfurt is nooit in werking getreden.
  • Furst-primas var en titel som vid tysk-romerska rikets upplösning 1806 tilldelades ärkekanslern Karl Theodor von Dalberg.
dbpprop:hasPhotoCollection
dbpprop:reference
rdf:type
rdfs:comment
  • Prince-Primate is a rare princely title held by individual (prince-)archbishops of specific sees in a presiding capacity in an august assembly of mainly secular princes, notably the following:
  • Der Fürstprimas führte den Vorsitz der Fürsten des Rheinbundes. Das Amt entstand auf Veranlassung Napoleons im Jahre 1806 und ging 1813 mit den Rheinbund unter. Da der Reichstag seinen Sitz in Regensburg hatte, beschloss man 1803 auch den Sitz des Reichserzkanzlers in Regensburg anzusiedeln. Dieses Amt war an den Erzbischof von Mainz gebunden, so dass zugleich die Kurfürstenwürde an das Fürstbistum Regensburg gelangte, welches dem Reichserzkanzler übergeben worden war.
  • De Vorst-primaat was de voorzitter van de Rijnbond. De titel bestond van 1806 tot 1810. Op 12 juli 1806 tekenden een aantal Duitse vorsten in Parijs de Rijnbondakte. In artikel 1 maakten deze vorsten zich los van het Heilige Roomse Rijk. Dit betekende praktisch de opheffing van dit keizerrijk. Een van de ondertekenaars was Karl Theodor von Dalberg, de heerser van het keurvorstendom van de aartskanselier. In artikel 4 van de acte werd hem de titel vorst-primaat toegekend.
  • Furst-primas var en titel som vid tysk-romerska rikets upplösning 1806 tilldelades ärkekanslern Karl Theodor von Dalberg.
rdfs:label
  • Prince primate
  • Fürstprimas
  • Vorst-primaat
  • Furst-primas
owl:sameAs
skos:subject
foaf:page
is dbpprop:disambiguates of
is dbpprop:redirect of
is owl:sameAs of