The Order of Saint Stephen is a Tuscan dynastic-military order founded in 1561.

PropertyValue
dbpedia-owl:thumbnail
dbpprop:abstract
  • The Order of Saint Stephen is a Tuscan dynastic-military order founded in 1561.
  • Der St. -Stephans-Orden, nach dem Heiligen Stephan benannt, war ein toskanischer Orden, der von Großherzog Cosimo von Medici zur Erinnerung an die gewonnene Schlacht gegen Frankreich. Sieg und Stiftungstag fielen auf den 2. August 1554. Die Statuten des Militärordens wurde später durch den Großherzog Ferdinand III. am 22. Dezember 1817 erneuert.
  • Řád sv. Štěpána, papeže a mučedníka (italsky Sacro Militare Ordine di Santo Stefano Papa e Martire), zkráceně známý jako Řád sv. Štěpána je toskánský rytířský řád, založený r. 1561. Řád byl založen Cosimem di Medici r. 1561, prvním velkovévodou Toskánským. Svolení k vzniku řádu udělil papež Pius IV. breve "Eximiae devotionis" a bulou "His, quae pro Religionis propagatione". Řehole řádu byla vybrána benediktinská, zasvěcení řádu bylo zvoleno na paměť bitvy u Montermula, která se stala na den sv. Štěpána, papeže. Prvním velmistrem řádu byl sám Cosimo I. , poté se stávali velmistry jeho následovníci na trůnu Toskánského velkovévodství. Řád je dodnes udělován a jeho současným velmistrem je arcivévoda Zikmud Habsburský, velkovévoda Toskánský. Cílem řádu byl námořní boj s osmanskými Turky a s piráty ve Středomoří. Cosimovo bohatství bylo založeno na námořním obchodě, který byl Osmany i piráty poškozován. Cosimo dále potřeboval symbol jednoty mezi florentskou a sienskou šlechtou a v neposlední řadě vznik řádu dodal prestiž nově vytvořenému velkovévodství. Prvním sídlem řádu byl ostrov Elba, odkud se rytíři přesídlili do Pisy, kde sídlí dodnes a kde se na náměstí piazza dei Cavalieri nachází chrám sv. Štěpána a řádový palác. V prvních letech rytíři bojovali spolu se Španěly proti Turkům a byli u obležení Malty r. 1565, a u bitvy u Lepanta r. 1571. Po r. 1640 se rytíři soustředili hlavně na obranu pobřeží a podporu Benátek v bojích proti Osmanům. Poslední vojenská operace řádu proběhla r. 1719 a poté velkovévoda Petr Leopold řád reorganizoval na vzdělávací instituci toskánské šlechty. Leopold poté, co se stal císařem, abdikoval z hodnosti toskánského velkovévody ve prospěch svého mladšího syna Ferdinanda III. , zakladatele současné linie velkovévodů a velmistrů řádu. R. 1799 Ferdinand III. kapituloval před silami Francouzské republiky a vzdal se velmistrovství řádu. Řád přežíval v krátkodobém Etruském království. Roku 1814 bylo obnoveno velkovévodství pod Ferdinandem III. a r. 1815byl i obnoven řád dekretem Ripristinazione dell'Ordine dei Cavalieri di S. Stefano. Roku 1859 bylo Toskánsko dobyto Sardinským královstvím a řád byl rozpuštěn. Vzhledem k tomu, že se jedná o církevní a dynastický řád, toto rozpuštění není platné a řád dodnes existuje. Členem řádu se může stát pouze aristokrat,římský katolík, starší 18 let a nepocházející z "heretické" rodiny. Výjimkou je členství pro hlavy států a členy královských rodin, kde je postačující jakékoliv křesťanské vyznání. V současnosti má řád kolem 80 rytířů a dam.
  • A Szent István Lovagrend (olaszul Sacro Militare Ordine di Santo Stefano Papa e Martire, amely annyit tesz Szent István pápa és vértenú Katonai Lovagrendje) toszkán alapítású katonai lovagrend, amelyet 1554. augusztus 2-án hozott létre I. Cosimo de’ Medici Toszkána hercege. A rend napjainkban is létezik.
  • L' Insigne Sacro Militare Ordine di Santo Stefano Papa e Martire è un ordine cavalleresco di fondazione pontificia, con doppia personalità giuridica cioè canonica e civile. È di collazione della Casa Granducale di Toscana, così come l'Ordine di San Giuseppe e l'Ordine del merito civile .
  • De legers van Cosimo de Medici, aangevoerd door Maarschalk Strozzi wonnen op 2 augustus 1554 een veldslag bij Montemurlo. Ter herinnering aan deze overwinning op de feestdag van de heiligverklaarde Paus Stefanus I de Martelaar stichtte de Toscaanse Groothertog een Militaire Ridderorde onder de naam Heilige en Militaire Orde van Sint-Stefanus Paus en Martelaar of in het Italiaans "Ordine di Santo Stefano Papa e Martire". De Orde had militaire doelen; het tegengaan van piraterij op de in die tijd door piraten geteisterde Middellandse Zee, het bevrijden van slaven uit gevangenschap in Noord-Afrika en het verdedigen van de Katholieke Kerk. Net als de Spaanse voorbeelden en de Orde van Malta nam de orde ook een regel aan, men koos voor die van Benedictus. De Orde werd door Paus Pius IV erkend en de Paus bevestigde in zijn breve "Eximiae devotionis" en de bullen "His, quae pro Religionis propagatione" van 1 februari 1562 en "Altitudo divinae providentiae" van 5 juni van dat jaar dat de orde onder de regel der Benedictijnen zou vallen en de Toscaanse Groothertog "ad personam" en met recht van opvolging in zijn geslacht Grootmeester zou zijn. Het Grootmeesterschap is dus niet verbonden aan het groothertogdom Toscane maar aan de familie Medici. De Orde van Sint-Stephanus vestigde zich op Elba en in Pisa en was een groot succes, de galeien van de orde vochten bij Lepanto in de beslissende zeeslag en in 1678 had de orde al 6000 christelijke en 9000 andere slaven uit hun kerkers of van de galeien bevrijd. In 1684 verdedigden de Ridders van Sint-Stephanus Venetië met succes tegen een Turkse aanval. De orde bestond, net als de Orde van Malta, uit meerdere graden. ridders, onderverdeeld in de Dienende Ridders . Zij moesten de adeldom van grootvaders aan vaderszijde kunnen aantonen. De voorouders van vaderskant moesten ieder vijf generaties adeldom bezitten. Aan de moederszijde van de stamboom werden minder hoge eisen gesteld; de moeder moest van adel zijn en vier van de acht kwartieren van de moeder moesten adeldom bezitten. De Dienende Ridder s bezaten prebenden of commanderieën die "Recettorie" werden genoemd. Ridders. Militaire Ridders van Justitie, moesten de adeldom van grootvaders aan vaderszijde kunnen aantonen. De voorouders van vaderskant moesten ieder vijf generaties adeldom bezitten. Aan de moederszijde van de stamboom werden minder hoge eisen gesteld; de moeder moest van adel zijn en vier van de acht kwartieren van de moeder moesten adeldom bezitten. Kapelaans, de geestelijken werden onderverdeeld in Kapelaans met een commanderie. Deze geestelijken ("Cavalieri Sacerdoti") genoten een inkomen uit dit grondbezit en moesten de adeldom van grootvaders aan vaderszijde kunnen aantonen. De voorouders van vaderskant moesten ieder vijf generaties adeldom bezitten. Aan de moederszijde van de stamboom werden minder hoge eisen gesteld; de moeder moest van adel zijn en vier van de acht kwartieren van de moeder moesten adeldom bezitten. Kapelaans van Obediëntie ("Cavalieri Serventi") die geen adeldom hoefden aan te tonen. Zij leefden in een klooster in Pisa. en Dienende Broeders. Zij werden verdeeld in twee categorieën: De "Dienende Gewapende Broeders" van de orde haden dezelfde functie als de Dienende Ridders maar waren vrijgesteld van adelsproeven. Dienende Broeders. Zij behoorden niet tot de Ridders van de orde. In de loop van de 18e eeuw namen de activiteiten van de orde zienderogen af. In 1719 slaagde de orde er niet meer in om nog galeien te bemannen en zij verloor in dat jaar officieel haar militaire karakter. De orde bezat nog wel op (zeevaart)scholen. Op 9 april 1809 hief Napoleon, Koning van Italië, de orde op. De commanderijen werden teruggegeven aan de families die ze ooit hedden gesticht. Het door Cosimo de Medici ingestelde systeem heeft bijzonder goed gewerkt;in de late 18e eeuw beschikte de orde over 23 priorijen, 35 baljuwen en meer dan honderd commanderijen "jus patronatus". Omwille van het prestigemelden veel edelen zich aan en families zagen in het vestigen van balijen een mogelijkheid om majoraatsgoederen voor hun zonen te creëren. Deze bleven dan, zo hoopte men, euwog in de familie omdat een dergelijk goed niet kan worden verkocht of verpand. Wanneer een ridder in spe niet over voldoende kwartieren beschikte werd hem de mogelijkheid geboden om 2000 scudi per ontbrekend kwartier te betalen. Een rijke landbezitter zonder adeldom kon een commanderij met een inkomen van minstens 50 000 scudi vestigen. Dan verwierf hij adeldom en werd hij in de orde opgenomen. In 1817 hervormde Groothertog Ferdinand III, opvolger van de Medici-groothertogen, de orde. Hij stelde nieuwe rangen in en bepaalde dat de ridders katholiek moesten zijn en acht kwartieren adel moesten kunnen aantonen. De graden van de orde in de 19e eeuw De orde kende vijf graden en deze waren afhankelijk van het inkomen van de commanderij of commende. Opvallend genoeg bezat de orde geen Commandeurs, misschien omdat alle leden, met uitzondering van de kapelaans, een grote of kleine, soms ging het bij de Ridders van Gratie om meerdere kleine commenden, bezaten. Ook katholieke vreemdelingen, vermits van adel, werden in de orde opgenomen wanneer zij een commanderij hadden gesticht. Aan de adeldom werden strenge en ingewikkelde eisen gesteld waarbij de kwartieren aan de moederskant wederom minder zwaar telden dan die aan vaderskant. Burgerlijke (over)grootmoeders van moederszijde konden worden gedispenseerd. Merkwaardig was de bepaling dat men "niet van ketters af mocht stammen". Grootkruisen Priors met een inkomen van 20 000 scudi. Baljuwen met een inkomen van 15 000 scudi. Zij konden ook "Baljuw-Grootkruis" zijn. Ridders van Justitie(Cavalieri Graduati) met een inkomen van 10 000 scudi. Zij moesten voldoen aan de strenge adelsproeven zoals die in de 17e eeuw waren vastgelegd. Zij konden ook Grootkruis van Justitie oftewel "Rechtsridder-Grootkruis" zijn. Ridders van Gratie (Cavalieri Semplici) met een inkomen van tussen de 42 en de 210 scudi. Deze Ridders werden ontheven van sommige of zelfs alle adelsproeven. verder waren er Priesterlijke Ridders. Zij moesten de 17e eeuwse adelsproef ondergaan. Kapelanen-Ridders van Obediëntie. Zij hoefden geen edelen te zijn. Dienende Broeders of "Tau". De Toscaanse Groothertog was Grootmeester van de orde. Bijzonder aan deze orde waren de vele commanderijen die als majoraatsgoederen ingebracht werden. Een landgoed werd door een familie aan de orde geschonken onder voorwaarde dat een zoon uit dat geslacht commandeur zou zijn en een groot deel van de inkomsten zou genieten. De zoon werd dan volgens de regels van het Salische eerstgeboorterecht opgevolgd. Ook zijlinies en geadopteerde zonen erfden de commanderijen die steeds, volgens de 18e eeuwse statuten "ad perpetuam" dus "voor eeuwig", in de familie zouden blijven. De Groothertog verleende aan adellijke geleerden, adellijke militairen, adellijke schrijvers en andere verdienstelijke edellieden de rang van Ridder van Genade. Zij kregen voor hun leven een commende met een klein inkomen maar werden niet opgevolgd door hun zoon. In de 19e eeuw werd vastgelegd dat de commanderijen wèl erfelijk waren maar het lidmaatschap van de orde niet automatisch werd verworven door opvolging in de rechten van een commende. Dochters konden ook nu niet opvolgen. Wanneer er geen mannelijke erfgenamen waren viel een commende aan de orde en kreeg de dochter levenslang een pensioen dat drie procent van de waarde van de commanderij bedroeg. Op 16 november 1859 vaardigde de regering van Sardinië dat Toscane had veroverd een decreet uit dat de orde ophief. De kleine commenden werden in pensioenen omgezet en de landgoederen vielen weer toe aan de families die ze ooit hadden afgestaan. De verdreven Groothertog erkende deze opheffing niet. Hij kon met recht stellen dat een religieuze instelling niet door een wereldlijke overheid kon worden opgeheven. De Orde van Sint-Stephanus in de 19e en 20e eeuw De groothertogen van Toscane gingen in ballingschap in Wenen waar zij zich grootmeesters van de orde bleven noemen. De meeste opeenvolgende titulaire grootmeester droegen de versierselen van de orde en verleenden deze ook op bescheiden schaal. Van een grotere reorganisatie en een nieuw begin van de orde kwam, door de Eerste Wereldoorlog en door tegenwerking van Hitler die de Habsburgers verafschuwde, jarenlang niets. De Italiaanse regering stichtte als aandenken aan de orde een zeevaartschool, de "l'Accademia di Marina dei Cavalieri di Santo Stefano". De orde zelf werd op de lijst van "niet gouvernementele Italiaanse ridderorden" opgenomen wat inhoudt dat Italianen, ook ambtenaren en militairen, haar mogen dragen. Op aandringen van Toscaanse edelen werd de orde in de jaren '90 van de 20e eeuw weer actiever. Er werden heren en dames in diverse rangen benoemd en de orde komt in Pisa bijeen onder leiding van haar actieve jonge Groootmeester, de in 1966 geboren Aarthertog Sigismund van Oostenrijk, Prins van Toscane is de huidige Grootmeester van de Heilige en Militaire Orde van Sint-Stephanus Paus en Martelaar. De orde heeft ongeveer 80 ridders. Het ontbreekt de orde vooralsnog aan financiële middelen en ook een duidelijk werkgebied ontbreekt. De orde in het jaar 2007 De opnieuw opgebloeide orde heeft in augustus 2007 drieënzeventig leden wanneer we de twee op de rol vermelde dragers van medailles meerekenen. Grootmeester, Aarthertog Sigismund van Oostenrijk, Prins van Toscane. 8 Grootkruisen van Justitie 4 Geestelijke Grootkruisen Onder hen is een kardinaal van de Romeinse curie. 2 Dames Grootkruis 51 Rechtsridders 1 Dame van Justitie 4 Geestelijke Ridders 1 Magistraal Kapelaan 2 Gedecoreerden met de gouden Medaille van de Stephans-Orde De versierselen van de orde Het achtpuntige gouden kruis is rood geëmailleerd. Als verhoging is de Toscaanse groothertogelijke kroon aangebracht en daarboven prijkt een gouden strik. In de armen van het kruis zijn gestileerde gouden lelies bevestigd. Het lint is helder rood. De sterren zijn van goud en het kruis is daar op gouden stralen gelegd. De kapelaans dragen grote rode kruisen van stof op hun soutanes en kunnen ook kleine zilveren kruisen dragen op korte zijden mantels. Het bij kerkelijke plechtigheden gedragen ordekostuum, de "cappa magna" was een witte koormantel met rode armen. Dagelijkse dracht was een donkerblauw goudgeborduurd uniform met scharlaken kraag en omslagen. Daar hoorden gouden epauletten, sabel, knopen, bies op de broeknaad en sporen bij. De militaire dracht was een wit goudgeborduurd uniform met scharlaken kraag en omslagen. Ook daar hoorden gouden epauletten, sabel, knopen, bies op de broeknaad en sporen bij. Ook nu draagt de orde tijdens plechtigheden witte gewaden die met rood zijn afgezet. Sinds 1961 erkent de Katholieke Kerk de Heilige Paus Stefanus niet meer als martelaar. De naam van de orde veranderde desondanks niet.
  • Zakon św. Stefana Papieża i Męczennika został założony przez księcia Kosmę Medyceusza z Florencji w 1561 roku. Patronem jego był św. Stefan, papież i męczennik, w święto którego wojska medycejskie pokonały Francuzów pod Marciano w 1554 roku. Zakon ten był początkowo zakonem morskim, miał bronić Włoch od muzułmańskich i pirackich ataków od strony morza oraz uwalniać siłą chrześcijańskich jeńców z niewoli tureckiej. Opierał się na regule benedyktyńskiej, przyznanej przez papieża Piusa V w tym samym roku, w którym powstał. Wielkim mistrzem został sam założyciel, a prawo do noszenia tego tytułu mieli wyłącznie jego potomkowie. Główna siedziba tego zgromadzenia mieściła się w Pizie, a jego bazą było portowe miasto Livorno. Do zakonu przyjmowani byli tylko szlachcice, którzy przez 3 lata pobytu w klasztorze doskonalili się w sztuce wojennej. Zakon brał udział w licznych akcjach militarnych. W 1565 roku jego rycerze weszli w skład odsieczy dla joannitów, broniących się na Malcie. W bitwie pod Lepanto uczestniczyło 12 okrętów zakonu, przyczyniając się w znacznym stopniu do rozbicia tureckiej armady. W XVI i XVII wieku okręty te wielokrotnie atakowały wybrzeże i porty tureckie. Szczyt potęgi zakon osiągnął na początku XVI wieku, gdy do jednej bitwy był w stanie wystawić nawet 45 statków. Kryzys zakonu nastąpił w okresie napoleońskim, kiedy to został czasowo zlikwidowany, oraz w 1859 roku, kiedy formalnie go rozwiązano. Jednak przetrwał on do dnia dzisiejszego, ale jego charakter zmienił się. Obecnie nie zajmuje się żadną działalnością militarną. Ma dziś ok. 80 członków, Wielkim mistrzem jest aks. Sigismund von Österreich-Toscana, od 1993 tytularny w. ks. Toskanii, ur. 1966.
dbpprop:awardedBy
  • Grand Duke of Tuscany
dbpprop:caption
  • Galley of the Order of Saint Stephen (1611 celebrating drawing).
dbpprop:eligibility
  • Noblemen over 18, not descended from heretics
dbpprop:established
  • 1561 (xsd:integer)
dbpprop:grades
  • Grand Crosses, Knight of Justice, Chaplain
dbpprop:hasPhotoCollection
dbpprop:name
  • Holy Military Order of St. Stephen Pope and Martyr
dbpprop:reference
dbpprop:sovereign
  • HI&RH Sigismund, Grand Duke of Tuscany
dbpprop:status
  • Currently constituted
dbpprop:type
dbpprop:wikiPageUsesTemplate
rdf:type
rdfs:comment
  • The Order of Saint Stephen is a Tuscan dynastic-military order founded in 1561.
  • Der St. -Stephans-Orden, nach dem Heiligen Stephan benannt, war ein toskanischer Orden, der von Großherzog Cosimo von Medici zur Erinnerung an die gewonnene Schlacht gegen Frankreich. Sieg und Stiftungstag fielen auf den 2. August 1554. Die Statuten des Militärordens wurde später durch den Großherzog Ferdinand III. am 22. Dezember 1817 erneuert.
  • Řád sv. Štěpána, papeže a mučedníka (italsky Sacro Militare Ordine di Santo Stefano Papa e Martire), zkráceně známý jako Řád sv. Štěpána je toskánský rytířský řád, založený r. 1561. Řád byl založen Cosimem di Medici r. 1561, prvním velkovévodou Toskánským. Svolení k vzniku řádu udělil papež Pius IV. breve "Eximiae devotionis" a bulou "His, quae pro Religionis propagatione".
  • A Szent István Lovagrend (olaszul Sacro Militare Ordine di Santo Stefano Papa e Martire, amely annyit tesz Szent István pápa és vértenú Katonai Lovagrendje) toszkán alapítású katonai lovagrend, amelyet 1554. augusztus 2-án hozott létre I. Cosimo de’ Medici Toszkána hercege. A rend napjainkban is létezik.
  • L' Insigne Sacro Militare Ordine di Santo Stefano Papa e Martire è un ordine cavalleresco di fondazione pontificia, con doppia personalità giuridica cioè canonica e civile. È di collazione della Casa Granducale di Toscana, così come l'Ordine di San Giuseppe e l'Ordine del merito civile .
  • De legers van Cosimo de Medici, aangevoerd door Maarschalk Strozzi wonnen op 2 augustus 1554 een veldslag bij Montemurlo. Ter herinnering aan deze overwinning op de feestdag van de heiligverklaarde Paus Stefanus I de Martelaar stichtte de Toscaanse Groothertog een Militaire Ridderorde onder de naam Heilige en Militaire Orde van Sint-Stefanus Paus en Martelaar of in het Italiaans "Ordine di Santo Stefano Papa e Martire".
  • Zakon św. Stefana Papieża i Męczennika został założony przez księcia Kosmę Medyceusza z Florencji w 1561 roku. Patronem jego był św. Stefan, papież i męczennik, w święto którego wojska medycejskie pokonały Francuzów pod Marciano w 1554 roku. Zakon ten był początkowo zakonem morskim, miał bronić Włoch od muzułmańskich i pirackich ataków od strony morza oraz uwalniać siłą chrześcijańskich jeńców z niewoli tureckiej.
rdfs:label
  • Order of Saint Stephen
  • St.-Stephans-Orden
  • Řád sv. Štěpána, papeže a mučedníka
  • Szent István Lovagrend
  • Ordine di Santo Stefano Papa e Martire
  • Heilige en Militaire Orde van Sint-Stefanus Paus en Martelaar
  • Zakon św. Stefana
owl:sameAs
skos:subject
foaf:depiction
foaf:page
is dbpprop:redirect of
is owl:sameAs of