A Joyous Entry (Blijde Intrede, Blijde Inkomst, or Blijde Intocht in Dutch, Joyeuse Entrée in French) was a local name used for the royal entry - the first official peaceable visit of a reigning monarch, prince, duke or governor into a city - mainly in the Duchy of Brabant or the County of Flanders and occasionally in France, Luxembourg or Hungary, often coinciding with granting more rights or privileges to the city.

PropertyValue
dbpprop:abstract
  • A Joyous Entry (Blijde Intrede, Blijde Inkomst, or Blijde Intocht in Dutch, Joyeuse Entrée in French) was a local name used for the royal entry - the first official peaceable visit of a reigning monarch, prince, duke or governor into a city - mainly in the Duchy of Brabant or the County of Flanders and occasionally in France, Luxembourg or Hungary, often coinciding with granting more rights or privileges to the city. They are a particular form of, and title for, the general phenomenon of ceremonial entries into cities by rulers or their representatives, which were celebrated with enormous pageantry and festivities throughout Europe from at least the late Middle Ages on. The leading artists available designed temporary decorated constructions such as triumphal arches, groups of musicians and actors performed on stands at which the procession halted, the houses on the processional route decorated themselves with hangings, flowers were thrown, and fountains flowed with wine. The custom began in the Middle Ages and continued until the French Revolution, although less often in Protestant counties after the Reformation. A formal first visit of a city by an inheritor of the throne of Belgium upon coronation and since 1900 for a crown prince upon marriage, is still referred to as a "Joyous Entry", a reminder of this tradition of the rule of law.
  • La Joyeuse Entrée (en néerlandais Blijde Inkomst) est un acte daté du 3 janvier 1356 qui confirme la Charte de Kortenberg et garantit l’indivisibilité du duché de Brabant et l’identité du Brabant face à un duc étranger. À l’époque, le nouvel an était fixé dans le Brabant au jour de Pâques, de sorte qu’il est parfois daté du 3 janvier 1355 (dans l’ancien calendrier julien et où l’année 1355 finit en mars). Depuis cinq décennies, le gouvernement du duché de Brabant était régi par la Charte de Kortenberg, que le duc Jean II avait signée en 1312. Le 5 décembre 1355, le duc Jean III mourut en ne laissant que trois filles. Le duché de Brabant risquait d’être divisé entre les trois filles, situation qui risquait de mettre fin au Conseil de Kortenberg. Afin d’éviter cette situation, celui-ci élabora une charte, dite de Joyeuse Entrée, qu’il présenta à Jeanne de Brabant, la fille aîné de Jean III, et à son mari Venceslas I de Luxembourg, qui la signèrent. L’acte de Joyeuse Entrée reprenait de nombreux articles de la Charte de Kortenberg et servit de base au droit public brabançon jusqu’à la fin du XVIII siècle. Il reprenait l’ensemble des privilèges accordés par les précédents ducs, ajoutant des clauses garantissant l’indivisibilité du duché et la spécificité brabançonne face à des ducs d’origine étrangère. De ce fait, c’était un document long, touffu et sans méthode. Son objet étant de limiter les pouvoir des ducs et de leurs officiers, elle était rédigée sous forme négative et limitative. Pour tout acte de politique étrangère (alliance, déclaration de guerre, cession de territoire et traité), le duc devait avoir le consentement de l’assemblée des trois ordres (noblesse, clergé et représentant des villes). Cette charte, comme celle de Kortenberg, garantissait à tous les Brabançons le bénéfice de la justice par droit et sentence. Tous les sujets étaient égaux devant la loi, mais celle-ci restait appliquée par quantité de tribunaux divers, selon les usages en cours au Moyen Âge. Aucune arrestation, sauf en cas de flagrant délit, ne pouvait être opérée sans décret judiciaire. De plus, aucun Brabançon ne pouvait être cité devant un tribunal étranger au duché. En politique intérieure, les représentants des trois ordres votaient les impôts, la frappe des monnaies et participaient à l’administration du duché. Des droits individuels (liberté personnelle, inviolabilité du domicile) étaient également garantis. Enfin, l’acte de Joyeuse Entrée reprenait de la Charte de Kortenberg le droit de résistance au duc dans le cas où celui-ci ne respectent pas ses engagements. Par la suite, il est question des Joyeuses Entrées à Bruxelles, faites par les souverains du Brabant : Philippe le Bon en 1430; Charles le Téméraire en 1467; Philippe le Beau et Jeanne de Castille en 1496. Il semble que ce soit une sorte de présentation des nouveaux souverains au peuple, qui donnaient lieu à des réjouissances et fêtes et les nouveaux ducs devaient probablement prêter le serment de respecter l’acte de Joyeuse Entrée. La Magna Carta anglaise, signée en 1215 est un équivalent contemporain de la Joyeuse Entrée.
  • De Blijde Inkomst is een charter uit de middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen, dat de verhouding tussen de Hertog van Brabant en zijn onderdanen regelde. Het werd afgesloten op 3 januari 1356 door Johanna van Brabant en haar man Wenceslas. De Blijde Inkomst beperkte de macht van de vorst (de Hertog van Brabant) door te stellen dat de hertog geen oorlog mocht voeren of belastingen mocht heffen zonder raadpleging en instemming van de steden en het gewest van Brabant. Het bevatte ook een ongehoorzaamheidsclausule die de onderdanen het recht gaf op verzet tegen de Hertog van Brabant als deze zich niet op de bepalingen van de Blijde Inkomst hield. In latere eeuwen hebben mensen zich regelmatig beroepen op de Blijde Inkomst om aan te tonen dat absolute vorsten beperkt waren in hun macht. Met name het recht op verzet werd aangehaald. Zo werd in de Tachtigjarige Oorlog door veel opstandelingen verwezen naar de Blijde Inkomst. Een voorbeeld daarvan is dat in de Trouwe waerschouwinghe aen de goede mannen van Antwerpen (1581) wordt gesteld dat de Blijde Inkomst vaststelt dat de koning of landsheer 'slechts een dienaar van het recht, stadhouder van God, een herder van het volk, een vader van het land' was, die zijn macht ontleende aan de gewestelijke staten, die de hele gemeenschap vertegenwoordigden. Verder bepaalde de Blijde Inkomst de ondeelbaarheid van het Brabantse grondgebied. Ook werd vastgelegd dat men Brabants burger moest zijn om in een bestuur plaats te nemen. Al in juni 1356 werd het document genegeerd toen de successieoorlog uitbrak. Toch werd de geldigheid van het document door de opvolger van Johanna, Antoon van Bourgondië, opnieuw geactiveerd. Alle volgende vorsten, tot zelfs Jozef II in de 18e eeuw, hebben bij hun inhuldiging als hertog van Brabant de eed van trouw aan de Blijde Inkomst afgelegd. Dit document fungeerde als een soort grondwet, die de burgers beschermde tegen de vorstelijke willekeur.
  • De blijde intrede vindt plaats als een nieuwe landvoogd zijn intrede maakt in een stad. Het is een eerste contact van de landvoogd met zijn bevolking. Dit gebruik is vooral van toepassing in de Zuidelijke Nederlanden en meer specifiek in Vlaanderen en de rest van België. Dit gebruik bestaat nu nog. De kroonprins van België maakte zijn blijde intrede in de Belgische steden.
  • Joyeuse entrée (фр. joyeuse entrée, дословно «радостный въезд»; флам. Blijde Inkomst) — первый официальный мирный визит правителя в средневековый город, обычно сопровождавшийся предоставлением или подтверждением привилегий города. Под этим именем такдже известна хартия, на верность которой присягали герцоги брабантские и лимбургские, с 3 января 1356 года. В основании её лежали законы брабантского герцога Иоанна II; она состояла из 59 статей, к которым Филипп Добрый присоединил три, а Карл V два дополнения. Важнейшие постановления этой хартии направлены были на ограждение старинных привилегий и прав страны, к ограничению монетной регалии государя, к утверждению старинного начала местного государственного права, по которому никто из граждан не мог быть судим вне страны, иностранными судьями и по иностранным законам. Последняя статья постановляла, что нарушение хартии освобождает подданных от обязанности повиновения.
dbpprop:forProperty
  • Joyous Entry of 1356
  • the Joyous Entry of 1356 and the corresponding charter
dbpprop:hasPhotoCollection
dbpprop:reference
dbpprop:wikiPageUsesTemplate
rdf:type
rdfs:comment
  • A Joyous Entry (Blijde Intrede, Blijde Inkomst, or Blijde Intocht in Dutch, Joyeuse Entrée in French) was a local name used for the royal entry - the first official peaceable visit of a reigning monarch, prince, duke or governor into a city - mainly in the Duchy of Brabant or the County of Flanders and occasionally in France, Luxembourg or Hungary, often coinciding with granting more rights or privileges to the city.
  • La Joyeuse Entrée (en néerlandais Blijde Inkomst) est un acte daté du 3 janvier 1356 qui confirme la Charte de Kortenberg et garantit l’indivisibilité du duché de Brabant et l’identité du Brabant face à un duc étranger. À l’époque, le nouvel an était fixé dans le Brabant au jour de Pâques, de sorte qu’il est parfois daté du 3 janvier 1355 (dans l’ancien calendrier julien et où l’année 1355 finit en mars).
  • De Blijde Inkomst is een charter uit de middeleeuwse geschiedenis van de Lage Landen, dat de verhouding tussen de Hertog van Brabant en zijn onderdanen regelde. Het werd afgesloten op 3 januari 1356 door Johanna van Brabant en haar man Wenceslas. De Blijde Inkomst beperkte de macht van de vorst (de Hertog van Brabant) door te stellen dat de hertog geen oorlog mocht voeren of belastingen mocht heffen zonder raadpleging en instemming van de steden en het gewest van Brabant.
  • De blijde intrede vindt plaats als een nieuwe landvoogd zijn intrede maakt in een stad. Het is een eerste contact van de landvoogd met zijn bevolking. Dit gebruik is vooral van toepassing in de Zuidelijke Nederlanden en meer specifiek in Vlaanderen en de rest van België. Dit gebruik bestaat nu nog. De kroonprins van België maakte zijn blijde intrede in de Belgische steden.
  • Joyeuse entrée (фр. joyeuse entrée, дословно «радостный въезд»; флам. Blijde Inkomst) — первый официальный мирный визит правителя в средневековый город, обычно сопровождавшийся предоставлением или подтверждением привилегий города.
rdfs:label
  • Joyous Entry
  • Joyeuse Entrée
  • Blijde Inkomst
  • Blijde intrede
  • Joyeuse entrée
owl:sameAs
skos:subject
foaf:page
is dbpprop:redirect of
is owl:sameAs of