Ingvaeonic, also known as North Sea Germanic, is a postulated grouping of the West Germanic languages that would fork into Old Frisian, Old English and Old Saxon and according to some the local dialect of West-Flanders. It must not be thought of as a monolithic proto-language, but as a group of closely related dialects that were also influenced by other groups of Germanic dialects.

PropertyValue
dbpedia-owl:thumbnail
dbpprop:abstract
  • Ingvaeonic, also known as North Sea Germanic, is a postulated grouping of the West Germanic languages that would fork into Old Frisian, Old English and Old Saxon and according to some the local dialect of West-Flanders. It must not be thought of as a monolithic proto-language, but as a group of closely related dialects that were also influenced by other groups of Germanic dialects. North Sea Germanic has been proposed by the German linguist Friedrich Maurer who criticized the strict tree diagrams that had been used for the subdivision of language families since 19th century linguist August Schleicher. He rejected Anglo-Frisian as a historical subdivision of West Germanic. Ingvaeonic is named after the Ingaevones, a West Germanic cultural group or proto-tribe along the North Sea coast. However, the identification of North Sea Germanic, the common ancestor of Old Frisian, Old English and Old Saxon with the language of the Ingvaeones is disputed.
  • Als nordseegermanische Sprachen (oder ingwäonische Sprachen) werden in der Sprachwissenschaft verschiedene germanische Varietäten bezeichnet, die um die Mitte des ersten Jahrtausends im Nordseegebiet verbreitet waren und gemeinsame Merkmale aufwiesen. Als Abkömmlinge dieser Varietäten gelten das Friesische, das Englische und das Niedersächsische, die dementsprechend auch heute häufig noch als Nordseegermanisch klassifiziert werden. Auch das Niederländische wird manchmal zum Nordseegermanischen gerechnet. Heute sind typische nordseegermanische Merkmale ("Ingwäonismen") vor allem im Friesischen und Englischen zu finden. Das Niedersächsische hat durch die frühe Anbindung an das Fränkische bzw. Deutsche viele nordseegermanische Charakteristika eingebüßt.
  • De Ingveoonse of Noordzeegermaanse talen zijn een groep sterk verwante Germaanse talen en streektalen die in de buurt van de Noordzee gesproken werden. Hiertoe behoren het Oudfries, Oudengels, Oudnederfrankisch en Oudnederduits. Het Oudfries en het Oudengels vertonen binnen de Ingveoonse talen een dermate sterke gelijkenis dat soms van een Anglo-Friese subgroep binnen de Ingveoonse talen wordt gesproken. De Ingveoonse talen kenmerken zich door een verzameling klankverschuivingen die zich - net als bij het Hoogduits - door contacten tussen buurvolkeren in meerdere of mindere mate hebben verspreid. Vooralsnog wordt het kerngebied waarbinnen al deze kenmerken zijn ontstaan en van waaruit al deze invloeden zich hebben verspreid alleen geïdentificeerd met de Noordzee, niet met een bepaald volk. Dit kan samenvallen met het probleem dat onze kennis over de demografische geschiedenis van het Noordzeegebied nog veel leemtes vertoont, met name wat betreft de precieze rol daarin voor de Friezen. Voor het Nederlandse gebied wordt gemakshalve ook wel de naam Proto-Fries gebruikt, waarmee voor die gemeenschappelijke voorouder gewoonweg de Friezen worden geïmpliceerd. De taalfamilie is genoemd naar de volkeren die in het Latijn als Ingvaeones werden aangeduid, een groep stammen die volgens de Romeinse geschiedschrijvers de Germaanse kustgebieden bewoonden. Minder bekend is haar tegenhanger, de Istvaeoonse groep, genoemd naar de Germaanse bewoners die meer aan de Rijn woonden, de Istvaeones. Uit deze laatste familie zijn de Frankische talen en dialecten voortgekomen, waaronder het Nederlands. Voorbeelden van talen en dialecten met veel Ingvaeoonse invloeden zijn het Nederfrankisch (waaronder het Nederlands, in het bijzonder de dialecten in Zeeland en West-Vlaanderen), de Nedersaksische streektalen, het Friso-Frankische dialect West-Fries, en vooral het Fries en het Engels.
dbpprop:hasPhotoCollection
rdf:type
rdfs:comment
  • Ingvaeonic, also known as North Sea Germanic, is a postulated grouping of the West Germanic languages that would fork into Old Frisian, Old English and Old Saxon and according to some the local dialect of West-Flanders. It must not be thought of as a monolithic proto-language, but as a group of closely related dialects that were also influenced by other groups of Germanic dialects.
  • Als nordseegermanische Sprachen (oder ingwäonische Sprachen) werden in der Sprachwissenschaft verschiedene germanische Varietäten bezeichnet, die um die Mitte des ersten Jahrtausends im Nordseegebiet verbreitet waren und gemeinsame Merkmale aufwiesen. Als Abkömmlinge dieser Varietäten gelten das Friesische, das Englische und das Niedersächsische, die dementsprechend auch heute häufig noch als Nordseegermanisch klassifiziert werden.
  • De Ingveoonse of Noordzeegermaanse talen zijn een groep sterk verwante Germaanse talen en streektalen die in de buurt van de Noordzee gesproken werden. Hiertoe behoren het Oudfries, Oudengels, Oudnederfrankisch en Oudnederduits. Het Oudfries en het Oudengels vertonen binnen de Ingveoonse talen een dermate sterke gelijkenis dat soms van een Anglo-Friese subgroep binnen de Ingveoonse talen wordt gesproken.
rdfs:label
  • Ingvaeonic
  • Nordseegermanische Sprachen
  • Ingveoonse talen
owl:sameAs
skos:subject
foaf:depiction
foaf:page
is dbpprop:extinct of
is dbpprop:redirect of
is owl:sameAs of