| dbpprop:abstract
|
- Hendrik Adriaan van Rheede tot Draakenstein was a Dutch traveller and naturalist. He worked for the Dutch East India Company to write the Hortus Malabaricus a compendium of the plants of economic value in the south Indian Malabar region. This work was undertaken when Baron van Rheede was the Dutch Governor of Cochin. Mentioned in these volumes are plants of the Malabar region which in his time referred to the stretch along the Western Ghats from Goa to Kanyakumari. The ethno-medical information presented in the work was extracted from palm leaf manuscripts by a famous practitioner of herbal medicine named Itty Achuden. The work took 30 years to compile and was edited by a team of nearly a hundred including physicians, professors of medicine and botany, amateur botanists, Indian scholars and vaidyas (physicians) of Malabar and adjacent regions, and technicians, illustrators and engravers, together with the collaboration of company officials, clergymen (D. John Caesarius and Father Mathew of St. Joseph). He was also assisted by the King of Cochin and the ruling Zamorin of Calicut. His work was made use of by Carolus Linnaeus. The Drakenstein region of South Africa was named after him because he visited it in 1685. In 1687 Governor Simon van der Stel opened this region to farmers.
- Hendrik Adriaan van Rheede tot Draakenstein, war Gouverneur von Cochin und Autor des Werkes Hortus Malabaricus.
- Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein, heer van Mijdrecht, stamde uit het adellijk Utrechts geslacht Van Reede. In 1657 kwam hij als adelborst in dienst van de VOC. In 1662 deed Rijklof van Goens een poging Kochi (India), het centrum van handel in specerijen, te veroveren: Hendrik van Rheede werd gevangen genomen. In 1669 werd hij commandeur van Malabar (westkust van India). In Cochin hield hij zich bezig met vestingbouw en het kweken van tropische gewassen. In 1677 werd hij benoemd tot Extraordinair Raad van Indië in Batavia. In 1678 was hij terug in Nederland. In 1684 werd hij door de bewindhebbers van de VOC benoemd tot Commissaris-generaal, met de opdracht een einde te maken aan de corruptie van VOC-dienaren (morshandel). de kantoren in Bengalen, op de kust van Choromandel, op Ceylon, Malabar, Soeratte en aan de Kaap to visiteeren, alle frauden, mesusen, malversatiën to ontdekken, zoodanige redressen te beramen en in te voeren als noodig zouden zijn, niet alleen de schuldigen, maar de verdachte ambtenaren te ontslaan en met hunne stukken en informatiën naar Nederland op te zenden. In o.a. Bengalen en op Ceylon trad hij hard op, maar echt effect had het niet. In 1684 reisde hij met zijn secretaris Hendrick Zwaardecroon naar de Oost. Onderweg werd het landgoed Groot Constantia officieel aan Simon van der Stel toegekend door VOC-commissaris Hendrik van Rheede; ter erkenning voor Van der Stels diensten aan de VOC en ter bevordering van de landbouw in de Kaapkolonie. Van Rheede stierf onderweg van Ceylon naar Suratte in 1691, vermoedelijk vergiftigd door VOC-dienaren. Bekend is hij ook als botanicus: over de flora van India schreef hij het standaardwerk Hortus Indicus Malabaricus, dat tussen 1678 en 1703 in twaalf delen werd uitgebracht. De Nederlandse vertaling luidde Malabaarse Kruydhof. Het werk bevat gravures van grote kwaliteit en gedetailleerde beschrijvingen van 740 planten uit het gebied in India dat zich uitstrekt van de zuidkaap tot Calcutta, ruwweg een gebied van 30 x 400 km. Het is misschien wel de eerste publicatie over een definitieve flora van een Aziatische regio. Volledige Latijnse titel: Hortus Indicus Malabaricus, Continens Regni Malabarici apud Indos celeberrimi omnis generis Plantas rariores, Latinis, Malabaricis, Arabicis, & Bramanum Characteribus nominibusque expressas, unà cum Floribus, Fructibus & seminibus, naturali magnitudine à peritissimis pictoribus delineatas, & ad vivum exhibitas. Addita insuper accurata earundem descriptione, qua colores, odores, sapores, facultates, & praecipue in Medicina vires exactissimè demonstrantur.
|